Zeven redenen waarom eFuels tot de mobiliteitsmix van de toekomst behoren:
1. Tijd
eFuels zijn de fase van het fundamenteel onderzoek al lang voorbij. Technisch gezien is het nu al mogelijk om synthetische brandstoffen te produceren. Met groene stroom wordt uit water waterstof geproduceerd. Daarnaast is ook koolstof nodig. Uit de combinatie van CO₂ en H₂ wordt vervolgens synthetische brandstof gewonnen, van benzine, diesel, gas of kerosine. Het productieproces ligt vast, maar de capaciteit moet snel worden uitgebreid om aan de vraag te voldoen. Investeringsstimuli kunnen daarbij helpen, zoals bijvoorbeeld het invoeren van brandstofquota, het compenseren van de CO₂besparingen als het gevolg van het gebruik van eFuels in het wagenpark en langetermijnplanning.
2. Klimaatneutraliteit
eFuels worden geproduceerd met behulp van alleen maar hernieuwbare energiebronnen, zoals zonne- of windenergie - vandaar ook de ‘e’ in de naam. Idealiter wordt de CO₂ gebruikt bij de productie van deze brandstoffen uit de omgevingslucht gehaald. Op die manier wordt broeikasgas een grondstof en wordt een cyclus gecreëerd waarbij de CO₂-uitstoot als het gevolg van het verbranden van eFuels wordt gerecycleerd en opnieuw gebruikt om nieuwe eFuels te produceren. Voertuigen aangedreven door synthetische brandstof zijn op die manier klimaatneutraal.
3. Infrastructuur en aandrijftechnologie
eFuels die volgens het Fischer-Tropsch-proces worden geproduceerd, kunnen in de bestaande infrastructuur en huidige motoren gebruikt worden. Experts spreken van “drop-in” eFuels, omdat ze onmiddellijk kunnen worden ingezet en geen vernieuwing of aanpassing van de bestaande infrastructuur en voertuigen vereisen. eFuels kunnen ook aan conventionele brandstof worden toegevoegd en dus nu al een bijdrage leveren om de CO₂-uitstoot van de bestaande vloot terug te dringen. Op die manier kunnen deze brandstoffen al een positieve bijdrage leveren nog voor ze op grote schaal worden geproduceerd. Zelfs oldtimers kunnen op synthetische benzine rijden omdat de chemische structuren en de basiskenmerken van benzine intact blijven.
4. Kostenplaatje
De productie van synthetische brandstoffen is nog steeds een duur proces. Met de uitbouw van een grotere productiecapaciteit en lagere kosten voor het genereren van groene stroom zullen eFuels uiteindelijk goedkoper worden. Volgens recente studies kan tegen 2030 een pure brandstofkost (exclusief accijnzen) tussen de 1,20 en 1,40 euro per liter worden bereikt en tegen 2050 slechts 1 euro per liter. Het huidige kostennadeel van eFuels ten opzichte van fossiele brandstoffen kan verder aanzienlijk worden gereduceerd als aan het milieuvoordeel van eFuels een waarde zou worden toegekend. Het feit dat ze compatibel zijn met de infrastructuur en automobieltechnologie van vandaag is een voordeel ten opzichte van andere alternatieve aandrijflijnen.
5. Toepassingen
Zelfs als in de toekomst alle auto’s en trucks door accu’s en brandstofcellen worden aangedreven, zullen vliegtuigen, schepen en delen van het vrachtwagenverkeer op conventionele brandstoffen blijven rijden. Verbrandingsmotoren aangedreven door koolstofneutrale eFuels zijn daarom ook voor dit soort van transport van essentieel belang.
6. Resources
Brandstof in de tank of voedsel op het bord? Deze vraag stelt zich niet, voor op groene stroom geproduceerde synthetische brandstoffen. Biobrandstoffen, bijvoorbeeld gemaakt uit afvalmateriaal, zijn nuttig, maar niet oneindig beschikbaar. Met duurzame elektriciteit kunnen eFuels in onbeperkte hoeveelheden worden geproduceerd. En er kan wereldwijd voldoende hernieuwbare energie worden geproduceerd om aan de vraag te voldoen, omdat de opslag en het transport ervan vrij eenvoudig zijn.
7. Opslag en transport
Synthetische brandstoffen worden geproduceerd met hernieuwbare energie en nemen nadien de vorm van gas en vloeistof aan. Dit maakt eFuels ook geschikt voor opslag in grote hoeveelheden en het transport wereldwijd. Ze kunnen ook dienen als buffer voor de onregelmatige productie van zonne- of windenergie of om regionale beperkingen voor de expansie van hernieuwbare energiebronnen op te vangen. Dit is ook interessant voor de efficiëntie. Het rendement van een elektrische auto in de compacte klasse in Duitsland opgeladen met hernieuwbare energie uit Duitsland is ongeveer 60 tot 70 procent. Als de stroom uit afgelegen gebieden komt, moet deze voor het transport eerst in chemische energie worden omgezet en daarna opnieuw in stroom. Hierdoor wordt de efficiëntie met 20 tot 25 procent verlaagd. Dat is hetzelfde rendement als een voertuig op eFuels.